Allemaal wilden ze praten over afscheid nemen

en accepteren en vredig sterven.

Ik wilde helemaal niet vredig sterven.

Ik wilde helemaal niet sterven.

En het laatste wat ik wilde was daarover praten.

Suzanne van Lohuizen schreef 'Dossier: Ronald Akkerman' in opdracht van de René Klijn Stichting. René Klijn (1962 - 1993) was een model en zanger die stierf aan AIDS. In Nederland werd hij van de ene op de andere dag een beroemdheid nadat hij op zijn ziekbed verschenen was in een show van Paul de Leeuw. Beide mannen spraken op tv bijna een uur over AIDS en René zong het liedje Mr. Blue (van Yazoo). Het zou zijn laatste single worden. René stierf enkele maanden later. Het liedje stond in een mum van tijd boven aan de hitparade. Enige tijd later vloog Paul de Leeuw naar New York om Renés as (illegaal) boven de Hudson te verstrooien, want dat was Renés laatste wens geweest.

'Dossier: Ronald Akkerman' speelde niet alleen in Nederland, maar werd naar verschillende talen vertaald. Het stuk werd onder andere opgevoerd in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Duitsland, Hong Kong en Slovenië.

 

fragment1

 

HIJ     Nachtegaal, wat was het ergste?

ZIJ     Het ergste was, dat ik van je ging houden.

HIJ     Ja. Dat was stom van je.

ZIJ     Je was zo vrolijk. Je maakte allerlei plannen. Je hoopte dat je nog een lange reis zou kunnen maken. Naar India, dat was je liefste wens.

HIJ     En dan zou jij meegaan. Om alle medicijnen te dragen.

ZIJ     's Zaterdags keek je de woonkrant na. Je wilde verhuizen. Je wilde een groot huis buiten de stad. Een villa.

HIJ     Als ik dan toch dood moest, dan wilde ik sterven als een koning.

ZIJ     Over doodgaan had je het nooit. Je was - je was vol levenslust. Ik bewonderde je.

HIJ     Je was jaloers op me.

ZIJ     Het leek - of je ineens wist hoe je moest leven. Beter dan wij. Beter dan ik.

Hij      Goh. Je zou bijna wensen dat je zelf AIDS had.

 

fragment 2

 

Ik had een kaars voor Tjeerd gekocht.

Een sneeuwman.

Hij was er blij mee.

Bij het kerstdiner mocht hij hem branden.

Langzaam zakte hij in elkaar.

Eerst de hoed, dan de ogen.

Ze smolten weg en drupten omlaag.

Kijk, zei Tjeerd.

De sneeuwman huilt, omdat hij dood gaat.

Huil jij ook, oom Ronald? Omdat je dood gaat?

Ik nam hem op schoot.

Ik zei: Jawel. Soms moet ik daarom huilen.

Ik ook zei hij.

Toen blies hij gauw de kaars uit.

En iedereen lachte.

 
 
  Site Map